Beeldvorming en voelen

De hele dag door voel je. Bewust of onbewust. Wanneer je je gevoelens toelaat dan geeft het opluchting en ruimte. Je kunt het gevoel bewust loslaten, al dan niet met iemand die je daarin begeleidt.

Maar dat is niet altijd zo. Er zijn ook gevoelens die hardnekkig zijn, en wanneer je deze toelaat is het daarna nog niet ‘klaar’. Ook al komt er iets van ontlading, na verloop van tijd dient hetzelfde gevoel zich weer aan. Je blijft in de groef van de plaat hangen.

Ik ben in mijn eigen proces hier een tijd verward over geweest; bestaat er zoiets als boosheid helemaal ‘uitbozen’, of verdriet ‘helemaal uithuilen’? Dus dat het op gegeven moment gewoon klaar is en alles ‘eruit is’? Welke gevoelens moet ik (meer) gaan voelen en toelaten en welke niet?

Mijn ervaring is dat het niet gaat zonder bewustwording. Het heeft tijd en aandacht nodig. Er zit bijvoorbeeld een groot verschil tussen de ervaring; ‘de wereld is onveilig’ (dat voel ik) en ‘mijn denken vindt dat de wereld onveilig is’ (dat voel ik). Als ik me ten eerste bewust ben dat ik dat denk dan kan ik op een gezonde manier in twijfel brengen of dit wel echt zo is, en dit vervolgens onderzoeken.

Zo kan ik ontdekken dat ik een beeld heb gevormd (bedacht) van wat ik ‘de wereld’ noem. Daarbij heb ik gemaakt dat ik dat beeld ‘kan voelen’. Beide zijn echter ervaringen van mij; zowel ‘onveilig’, als ‘wereld’. Het zijn projecties die ik heb gemaakt toen het werkelijk onveilig was. Daar is het beeld gevormd van ‘onveilige wereld’. En dat geloof ik dus nog.

Als ik geloof dat de wereld nog steeds onveilig is, is het gevoel als het ware onwrikbaar en zal ik me op wat voor manier dan ook me tegen het object (‘wereld’) moeten verweren, verdedigen, mezelf veilig stellen, er afstand van nemen, het ‘proberen te omarmen’, noem maar op. Het beeld van een onveilige wereld en mijn beleving ervan staan nog rotsvast overeind.

Als ik niet voldoende bewust ben dat mijn denken dit doet, heeft het geen zin om het gevoel te volgen, omdat dit me doorlopend bij pijn brengt die ‘van vroeger’ is. Ik beleef het vanuit het ‘kind perspectief’, wat in het (door) voelen hoopt nog iets te willen (be)halen binnen het gevoel van die onveiligheid.

Wanneer er een volwassen getuige is van het gevoel, dan is er een context; de oude gevoelens kunnen naar het hier en nu gebracht worden. Je creëert dan nieuwe beelden vanuit een meer volwassen en begripvol perspectief. Het bewustzijn doet dan volledig mee en de gevoelens en emoties krijgen een bedding om in te landen. De volwassen getuige is een gronding die bewust voelend aanwezig is in jezelf. Deze gronding, die stevigheid én wijsheid heeft, bouw je in jezelf op gedurende het proces van voelen en bewustworden.

Het is een blijk van volwassen worden, soms pijnlijk, dat wel, wanneer je bewust wordt van hoe je de meeste van je gevoelens beleeft vanuit kinderlijk perspectief. Dubbel is dat eigenlijk hé?