goed doen

Ik heb in mijn leven veel soorten therapie gevolgd; haptonomie, bio-energetische therapie, ademtherapie, gesprekstherapie, rebalancing uiteraard, en vast nog wel een paar andere die ik inmiddels van naam vergeten ben. Als ik er op terugkijk, wilde ik vooral een goede cliënt zijn. Dat het steeds beter met me ging was voor mezelf misschien wel minder van belang dan dat ik de therapeut(en) liet zien hoe goed ik kon (leren) voelen, en dat ik een bijzondere cliënt was met veel potentie en mogelijkheden.

Nu kom ik dit ‘vanaf de andere kant’ ook vaak tegen in mijn praktijk, en ik vind het een boeiend iets. Ik voel me er soms dankbaar voor hoe de cliënt dit voor mij spiegelt en mij laat voelen wat er gebeurt in het lichaam wanneer iemand in de ‘je best doen modus’ zit. Het laat mijn eigen issues op dit gebied nauwkeuriger kennen en voelen.

Terug naar mij: Het is nog steeds m’n valkuil om mijn best te gaan doen om een ‘goede rebalancer’ te zijn. Dat programma van ‘goed doen’ werkt nog heel goed! Dit is me duidelijk; wanneer ik mijn best ga doen is dit vanuit een onderliggend gevoel van ongemak. Als dit in mij geactiveerd word en ik ben me daar onvoldoende bewust van, komen er -als een treintje- nog een heleboel andere programma’ s achteraan. Bijvoorbeeld dat ik minder mijn best ga doen vanuit een afwijzingsgevoel. Of dat ik vanuit datzelfde gevoel juist nóg meer mijn best ga doen.

Aan de andere kant; als ik gemak in mezelf ervaar dan doe ik niet mijn best, dan ‘gebeurt het gewoon’, ongeacht wat er ‘aan de andere kant gebeurt’. Terwijl ik tegelijkertijd ook voel dat ik meer present (aanwezig) ben.

Om dingen ‘te laten’, dus minder mijn best te doen, vraagt dit opmerkzaamheid en bewustzijn. Dan kan ik waarnemen wat er gebeurt net voordat de neiging optreedt om mijn best te doen. Er is dan meestal een gevoel van onzekerheid of leegte (‘ik weet het niet, wat moet ik doen’) die ik in mezelf opmerk. En het ‘lukt’ (daar heb je ‘m weer) me steeds beter om deze leegte in mezelf op te vangen, zodat ik ‘er weer kan zijn’.

Het komt heel precies daar. Het is een ‘tussengevoel’;  je doet niet je best maar bent toch geconcentreerd. De concentratie is ‘los’. Zonder doel. Los van doelgerichtheid, los van ‘ergens naartoe’ of ‘ergens vanaf’. Voor onze ‘mind’ is dat vaak nieuw, onbekend en soms eng. Het kan zelfs duizelingwekkend zijn; “wat me nou overkomt?”.

Iemand in de opleiding (ik weet niet meer wie) heeft zoiets gezegd als; “als er in je sessie veel gebeurt is het goed, als er in je sessie niks gebeurt is het nog beter”. Oftewel, ‘sta jezelf toe om het niet goed te doen’. Er is geen ‘goed’ of ‘lukken’.

Toch denk ik dat ik nog nooit een ‘mislukte sessie’ heb gegeven. Maar een ‘helemaal gelukte’ ook nog niet. Althans, zolang ik hierin geloof 🙂