Superego

Het superego of innerlijke criticus zijn de voorstellingen en gedachten die verschijnen over situaties of gebeurtenissen waarin we een rol (gaan) spelen. We beoordelen onszelf en ons gedrag ten opzichte van onszelf, en ten opzichte van anderen (wat zullen ze wel niet denken). Meestal speelt dit schouwtoneel af wanneer de situatie er nog niet eens is.

Iedereen is in zijn verleden min of meer ‘onder druk gezet’ te leren zich aan regels te houden; dit is goed- dat is niet goed, zo behoor je je te gedragen, dit of dat kun je niet zomaar doen of zeggen. Het zijn overtuigingen geworden, die in ons systeem vast zitten maar nauwelijks meer opvallen. Het is je manier van kijken en ervaren geworden. ‘Zo ben ik’, ‘zo kijk ik naar de wereld, en zo kijkt de wereld naar mij’. Onbewust leg ik mezelf deze regeltjes steeds weer opnieuw op.

Het superego geeft mijn lichaam lichaamssensaties: ik houd mijn adem in, ik ga aanspannen of juist verslappen, soms word ik alert of juist wazig, ongeconcentreerd of moe. De energie trekt op naar boven. Zo ga ik ‘in mijn hoofd zitten’. Ik verlies de levendigheid in mijn lichaam.

Ik kan deze sensaties wel degelijk waarnemen. En dat is mooi want het maakt me bewust! Het opmerken van de lichaamssensaties is een boodschap dat er iets aan de hand is wat ik nog niet helder heb. En dat heeft iets te maken met wat er gebeurt in het denken en voelen. Wat het is, is nog niet helemaal duidelijk, maar mijn lichaam geeft het aan. Gelukkig dat ik het lichaam erbij kan betrekken, want in mijn hoofd kom ik niet uit de gedachtestroom van afkeuring en negativiteit. Dat weet ik inmiddels. Dus als ik iets wil veranderen, dan begint dat met gaan voelen!

Wanneer iets bewust voelbaar is kan ik hierin een keuze maken: Ik blijf erbij, adem er meer naartoe, zet mijn voeten op de grond en blijf inwendig en uiterlijk stilstaan. Ik sta het voelen meer toe in mezelf. Dat geeft verruiming en een soort van tweedeling die prettig aanvoelt;  er is een gevoel én een waarnemer van het gevoel. En die waarnemer heeft een lichaam. Dat kan ik voelen. Het voelt alsof die waarnemer mijn lichaam ís. Daarbij komt ook een heldere waarneming van de connectie van mijn gedachtes en hoe mijn lichaam daar op reageert. Het denken en voelen komt wat meer los van elkaar te staan en ook dat geeft ruimte, ik voel het in mijn borst en buik. Het zijn gewoon sensaties, aangestuurd door gedachtepatronen. Als ik dat waarneem, begint er iets te stromen in me.

Hierdoor kan ik meer gaan ervaren dat ik in het hier en nu ben en dat ik eigenlijk best oké ben. En ik ervaar dat het leven ook best oké is. Denken en voelen gaat gewoon door. Tegelijkertijd ontvouwt dat wat voor me ligt zich als lichter en frisser. Dat wat me eerst klein maakte en verkrampte, krijgt meer ruimte. Wat interessant eigenlijk! Deze bewustwording kan ik helemaal voelen!

 

Pipi Langkous zegt het perfect: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan”. Met andere woorden; Deze ervaring is, zoals elke ervaring, nieuw voor me. Dus ik denk dat ik het wel kan.